Natuurmenschen (De Nieuwe Courant)

Wij hebben indertijd uit de Corriere della Sera het een en ander medegedeeld over het leven der „natuurmenschen“ op de Monte Verita te Ascona in Zwitserland. Daarop is een correspondentie gevolgd met den hoofdnatuurmensch, den heer Joseph Salomonson, Nederlander van geboorte, die ons enkele stukken toezond, van welker inhoud wij melding maakten.

Nu blijkt ons uit een schrijven van dien heer, dat tengevolge van onze publicatie verschillende aanvragen bij de kolonie inkomen, vooral uit Den Haag, om de voorwaarden te vernemen, waarop men „medewerkend lid“ kan worden. En de heer Salomonson mist den tijd — ook hij! — om die alle te beantwoorden; terwijl / hij tevens vermoedt, dat vele der aanvragen uit louter nieuwsgierigheid worden verzonden en niet uit lust om tot het heerlijke natuurleven over te gaan. Toch, wie weet ? zijn er eenige aanstaande kolonisten bij. Hij verzoekt ons daarom „het belangstellend publiek nader voor te lichten” met de gegevens die hij ons zendt. Wel, wij hebben er geen bezwaar tegen. De heer Salomonson heeft ons het vroeger door ons op zijn actie toegepaste woord reclame eenigszins euvel geduid, propaganda hadden we moeten zeggen. We zijn hem dus een vergoeding schuldig en kwijten ons daarvan door opneming van zijn brief. Geen reclame dus, wat hem betreft; maar wij voegen erbij, ook geen propaganda, voorzoo veel ons betreft. Voor eventueele teleurstellingen, welke het natuurleven aan natuurcandidaten mocht baren, aanvaarden wij zelfs niet het geringste atoompje aansprakelijkheid.

De heer S. schrijft dan: Ieder menseh, ’t zij man of vrouw, van onbesproken gedrag en voldoende ontwikkeling, geneigd tot werken, ieder naar zijn aard, is ons welkom, en geniet bij ons vrjj kost en inwoning, benevens kleding, plus vijftien francs per maand voor kleine uitgaven (postzegels etc.) (dat is dus alles wat een natuurmens nodig heeft). Bovendien een gelijk deel van de nettowinsten die het sanatorium afwerpt, en die in de toekomst wel belangrijk kunnen worden. Om te worden opgenomen moet men voldoende contanten kunnen aanbrengen om drie luchthutten te bouwen en interichten, één voor den persoon zelf, en twee voor gasten, hetgeen een bedrag vertegenwoordigt van circa francs 6000. Het staat echter aan de keuze van den medevennoot om zich een mooiere en duurdere hut te bouwen. Maar de vennootschap, die bij ’t vertrek van een vennoot de ingebrachte som restitueert, zal nimmer voor meer dan een bedrag van fr. 6000 kunnen worden aangesproken ter teruggaaf aan den uittredenden vennoot. Hieruit blijkt dus dat men als ’t ware met een bedrag van + 3000 gulden voor het gehele leven een beslist onbezorgd bestaan kan genieten, natuurlik voor hen die het natuurleven boven alles stellen. Voor hen die aan ’t conventiële leven hechten is ons bestaan absoluut onkooelik. Voor gehuwden met en zonder kinderen zijn nog andere bepalingen, en verdere détails zijn steeds voor belangstellenden nader toe te lichten.

De Nieuwe Courant, 3. Jahrg., 1. Juli 1903, Nr. 309, S. 1. Online


Letzte Änderung: 26. September 2025.